Punt uit
Han Maenen
Op folders en websites van importeurs vind je op één bladzijde vaak inches en millimeters door elkaar. Waarom die oude maten niet even omgezet naar metrieke eenheden?

MDCLXVI
Die oppervlakkigheid is van alle tijden. Ter illustratie noem ik de Romeinen, die eeuwen lang grote delen van Europa en Afrika beheersten. Rome was het middelpunt van de wereld en zij voelden zich superieur aan andere volkeren en meenden hun ‘beschaving’ aan anderen te moeten opdringen en gelijktijdig hun macht uit te breiden. Ik wil één voorbeeld geven waaruit blijkt dat de Romeinse cultuur niet zo hoog ontwikkeld was: de Romeinse cijfers, een systeem waarbij letters werden gebruikt om getallen te vormen. Veel meer dan optellen en aftrekken was niet mogelijk. Nu vinden we dit systeem lastig en achterhaald en vinden het gebruik ervan een beetje dom. Wat is er aan de hand? De Romeinen kenden de 0 (nul) niet. De Indisch-Arabische culturen hadden de nul al lang in gebruik; in 1202 werd de nul door Leonardo van Pisa in Europa geïntroduceerd.

Het metrieke stelsel
Herhaalt zich de geschiedenis als we naar Amerika kijken? Heerst daar een achterhaald systeem voor eenheden? Bijna tweehonderd jaar geleden had elk land verschillende maatsystemen. De Nederlanden alleen al kenden vele verschillende lengte-, oppervlakte- en inhoudsmaten. Daar kwam bij dat veelal geen logisch onderling verband bestond tussen al dat fraais.
Tijdens de Franse Revolutie werd het metrieke stelsel ontwikkeld. De grondslag was de meter, gedefinieerd als het één-veertigmiljoenste deel van de omtrek van de aarde. Achteraf blijkt dat niet zo precies te zijn geweest. Later werd de golflengte van een bepaald soort licht als uitgangspunt genomen.In díé tijd was de omtrek van de aarde een goed uitgangspunt. Een universeel maatsysteem was geboren. Maar de Engelsen hanteerden overal ter wereld hún regels en konden toen ook al niet zo best met de Fransen overweg.
Het metrieke stelsel is onderdeel van het Internationale Stelsel van Eenheden (SI), dat verschillende grootheden kent, onder andere; lengte, tijd, massa, kracht, energie, vermogen, druk. De grootheid lengte meten we met de eenheid meter. Tussen de eenheden bestaat een logisch decimaal verband. Op 1 januari 1978 werd het SI in de EU van kracht. Miles, yards, feet en inches zijn in principe van de baan. Maar ingeroeste gewoonten verander je niet snel en na de lagere school iets moeten leren is voor veel mensen te veel gevraagd. Nog steeds zijn ze in gebruik. Zo ook de oude eenheden voor energie en vermogen. Nog steeds worden paardenkracht, kilocalorie en kilogramkrachtmeter gebruikt, terwijl alles met watt en joule aangeduid kan worden. Maar een auto met 90 pk vermogen klinkt beter dan een auto met maar 66 kilowatt. Om af te slanken is er een argument om in plaats van kilocalorie de eenheid kilojoule te gebruiken. Dan zeg je niet, ik eet per dag 800 kilocalorie, maar 3400 kilojoule. Dat klinkt beter, maar in beide gevallen blijf je even dik.
Mensen die werken met het decimale metrieke stelsel kunnen eenvoudig lengtes bij elkaar optellen als de komma’s onder elkaar staan. Vermenigvuldigen of delen is geen probleem. Probeer dat met Angelsaksische eenheden!

Ontwikkelingslanden
Groot Brittannië is officieel overgestapt op het SI. Onder druk van marktkooplieden en kroegbazen heeft de Europese commissaris Günter Verheugen toestemming gegeven de oude eenheden ook weer te mogen gebruiken. De wetenschappers dolven het onderspit.
Samen met Myanmar (Birma) en Liberia hanteren de VS oude systemen. Een aantal internationaal georiënteerde instellingen werkt metrisch. De rest doet maar wat. Het ministerie van onderwijs zegt dat beslissingen over dit onderwerp tot het recht van de staten behoort. De weerstand tegen het metrieke stelsel kwam onder andere van de machtige vakbonden die beweerden dat hun leden het niet zouden kunnen leren (!). Anderen vonden het een belediging voor de Amerikaanse geschiedenis, waarin het Westen was veroverd in miles en yards en niet in kilometers. Het lijkt alsof je de Romeinen hoort spreken. Uit de koude oorlog stamt het argument dat een Sovjetinvasie voordeel zou hebben bij verkeersborden in kilometers. Intussen wordt veel energie, mankracht en grondstoffen verspild door gebruik van een achterhaald systeem en ontstaan onnodige kosten door fouten. Bekend is het verloren gaan in 1999 van de Mars Climate Orbiter, omdat sommige technici metrisch en anderen in inches rekenden. Weg 123 miljoen dollar. In januari 2007 maakte de NASA bekend dat na overleg met dertien ruimtevaartorganisaties op de maan het SI gebruikt gaat worden. Zijn de Amerikanen dom? Dit zou je kunnen concluderen uit het argument dat de vakbonden hanteren. Maar toch: nee. Wij Nederlanders zijn dom, omdat wij beter kunnen weten. Wij kennen het metrieke stelsel, maar nemen klakkeloos het Amerikaanse systeem over. Wat zegt een beeldscherm van 17 inch? Een scherm van 43 centimeter zegt ons iets over de grootte.

Punten
Wat betekent 300 dpi? Gebruik 10 of 12 punten per millimeter, daar kunnen we ons iets bij voorstellen. Een geluidsband was ¾ of ½ inch, een diskette 5 ¼, later 3 ½ inch. We vliegen met Air France/KLM 5000 mijl op 30 000 voet. Land- of zeemijlen?
Onzinnig is het gebruik van de decimale punt. Waarom? De kans op fouten is aanzienlijk groter bij gebruik van een punt in een decimale breuk, omdat je een komma duidelijker ziet en nadrukkelijker schrijft. Vraag een boekhouder naar de risico’s. Met de automatisering is het gebruik van de punt op allerlei terreinen als een lawine over ons gekomen. Hebben we een minderwaardigheidscomplex ten aanzien van wat Nederlands en Europees is? Wordt het niet tijd om te beseffen wat we aan het afbreken zijn? We mogen best een beetje trots zijn op de doordachte afspraken en producten die ons oude Europa heeft bedacht. Vandaar: SI in, punt uit.
Bewerking van het artikel ‘Punt Uit’ door Hein Biezeman, 2007-11-11 op:
http://www.fotoclubschiebroek.nl/index.php?page=79§ion=2.

Het Afrikaans in de armen gesloten
De tweeslachtige houding van de Nederlandse politiek ten aanzien van het Afrikaans is definitief omgeslagen in een uitgesproken Nederlandse liefdesverklaring. Vijftien jaar na de eerste vrije democratische verkiezingen in Zuid-Afrika zet de Nederlandse politiek aan tot veel meer samenwerking tussen het Afrikaans en Nederlands. Daarbij heeft opname van het Afrikaans in de Nederlandse Taalunie de sterke voorkeur. Dit blijkt uit onlangs gevoerde vraaggesprekken met Nederlandse Tweede Kamerleden hierover. Zij komen aan het woord in dit eerste deel van een tweeluik over de aandacht voor de Afrikaanse taal in Nederland. De Nederlandse taalorganisaties komen in deel twee aan bod.

Afrikaans in de lift
Het Afrikaans staat steeds meer in de belangstelling in Nederland. Zo krijgt de culturele uitruil tussen Afrikaans en Nederlands voorzichtig meer gestalte. Meer muzikale en literaire optredens vinden over en weer plaats. Stef Bos, maar ook jazz-zangeres Denise Jannah zijn bekende namen in de Afrikaanstalige gemeenschap van Zuid-Afrika. Zangers als Gert Vlok Nel, Chris Chameleon en dichter Antjie Krog zijn inmiddels vaak en graag geziene Afrikaanstalige gasten in Nederland.
Een recente peiling van het Genootschap Onze Taal in oktober 2008 laat interessante feiten zien: van de massaal reagerende Nederlanders, Vlamingen en opvallend veel Zuid-Afrikanen antwoordt maar liefst 95% positief (enthousiast, soms bijna smekend) op de vraag 'moet de Nederlandse Taalunie het Afrikaans ondersteunen?’ Ook de politiek heeft zich in 2008 over het Afrikaans laten horen: Frans Timmermans, staatssecretaris Buitenlandse Zaken, en Bert Anciaux, Vlaamse minister van Cultuur en voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, pleiten onafhankelijk van elkaar voor een veel intensievere samenwerking tussen het Nederlands en Afrikaans.

Namens de politiek zijn geïnterviewd:

Jan Schinkelshoek: Tweede Kamerlid CDA
John Leerdam         Tweede Kamerlid PvdA
Atzo Nicolaï            Tweede Kamerlid VVD
Allen zijn woordvoerder cultuur en/of taal namens hun partij.
Daarnaast zijn zij lid van de (controlerende) Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie (www.taaluniversum.org).
Bert Anciaux:          Voorzitter van het beleidsbepalende Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie. Hij is tevens Vlaams minister van cultuur.
De Nederlandse Taalunie stelt namens de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse overheid het Nederlandse taalbeleid vast en voert dit uit.

Nauwelijks beleid
Geen van de politieke partijen (CDA, PvdA,VVD) heeft enig geformuleerd beleid over het Afrikaans blijkt uit gesprekken met Jan Schinkelshoek (CDA), John Leerdam (PvdA) en Atze NicolaI (VVD). Schinkelshoek vindt het wenselijk dat binnen zijn partij beleid over het Afrikaans wordt opgenomen. Nicolaï: ‘beleid over het Afrikaans zou kunnen worden opgenomen binnen de ruime context van bestaand beleid over het Nederlands.’ Het beleid van de Nederlandse Taalunie ten aanzien van het Afrikaans is summier en indirect. In het Meerjarenplan 2008-2012 staat: ‘Het beleid speelt nu voorzichtig in op de taalverwantschap tussen Nederlands en Afrikaans. De tijd lijkt daarvoor rijp, nu er in Zuid-Afrika een veranderende houding is ontstaan ten aanzien van het Afrikaans [...].’ Desgevraagd bevestigt Anciaux dat het beleid over Afrikaans en de uitvoering daarvan erg voorzichtig is, maar hij ziet niettemin een positieve tendens.

Een welwillende houding
De politici vinden eensgezind dat de houding van Nederland en de Nederlandse politiek definitief ten gunste van het Afrikaans is veranderd. Schinkelshoek en Leerdam vinden in hun partijen “een veel betere voedingsbodem voor Afrikaans en zelfs voor taalpolitiek in het algemeen.” Zij vinden dat omzichtigheid geboden blijft bij de manier waarop Nederland aandacht voor het Afrikaans vraagt bij Zuid-Afrika. “Die benodigde omzichtigheid mag echter niet langer als een Nederlands excuus worden aangegrepen om niets te doen”, benadrukken beiden. Anciaux meent dat de voorzichtige aanpak tot nu toe heeft geleid tot een steeds vruchtbaardere bodem voor samenwerking met Zuid-Afrika: “Te veel druk uitoefenen was waarschijnlijk contra-productief geweest”, zegt hij. Nicolaï weet uit eigen ervaring dat het Afrikaans in Zuid-Afrika veel minder als een besmette taal wordt gezien dan veel Nederlanders denken. Hij doet dan ook een oproep aan Nederlanders om zich vooral zélf in Zuid-Afrika een oordeel te vormen over de beleving van de Afrikaanse taal. Anciaux geeft aan: “tijdens regelmatige bezoeken aan Zuid-Afrika de afgelopen tien jaar heb ik de houding over Afrikaans drastisch zien verbeteren. Tien jaar geleden kreeg ik nooit in het Afrikaans antwoord als ik eens Nederlands sprak met collegaparlementariërs, nu wel. De Zuid-Afrikaanse regering gaat nu veel pragmatischer om met het Afrikaans en ziet het vooral als een belangrijke landstaal en een belangrijk communicatiemiddel.” Ook Leerdam ziet de weerstand tegen het Afrikaans in Zuid-Afrika wegebben.

Afrikaans in de Nederlandse Taalunie
De bewindslieden vinden dat het Afrikaans in een of andere vorm in de Nederlandse Taalunie moet worden opgenomen en dat de Taalunie een veel nadrukkelijkere leidende rol moet nemen in de samenwerking tussen Nederlands en Afrikaans. Met de woorden ‘langzaam en voorzichtig’ probeert Anciaux de verwachtingen ten aanzien van de Taalunie te temperen. Hij ziet als geen ander de organisatorische implicaties voor de Taalunie van een intensievere samenwerking met het Afrikaans. “Maar dát de samenwerking tussen het Nederlands en Afrikaans fors moet groeien staat als een paal boven water”, vindt Anciaux.
Terloops meldt Schinkelshoek nog dat in 2008 Tweede Kamerlid Joop Atsma (CDA) een verzoek aan de Taalunie deed om samenwerking te zoeken met het deels Afrikaanstalige Namibië. Atsma deed dit voorstel namens een politiek breed samengestelde delegatie Nederlandse Eerste en Tweede Kamerleden (CDA, PvdA, VVD) na een bezoek aan Zuidelijk Afrika. Daar spraken zij met Namibische parlementariërs over dit onderwerp.

Kans tot culturele verrijking
Gevraagd naar wat Nederland kan en moet doen voor de positie van het Afrikaans vinden de bewindslieden dat de culturele, literaire en wetenschappelijke contacten tussen Nederlands en Afrikaans flink moeten worden uitgebreid. ‘Een enorme kans tot culturele verrijking’ luidt het eensluidende oordeel. Leerdam, naast parlementariër ook regisseur van de deels Afrikaanstalige theaterproductie Amandla die binnenkort ook in Zuid-Afrika te zien zal zijn, ziet in die contacten ook een duidelijke rol weggelegd voor Vlaanderen, maar zeker ook Suriname, Aruba en de Nederlandse Antillen.

Op de basisschool beginnen
De woordvoerders zijn het erover eens dat er nog een groot informatiegat bij Nederlanders en Vlamingen over het Afrikaans bestaat dat gedicht moet worden. “Onbekend maakt onbemind” luidt de redenering. Op de vraag ‘moet Afrikaans enige aandacht krijgen op de Nederlandse en Vlaamse basisscholen’ is iedereen zonder aarzeling vóór. Schinkelshoek, een groot liefhebber van de gedichten van de Zuid-Afrikaanse Elisabeth Eybers, wil de Afrikaanse taal ook een plaats geven in de Nederlandse historische canon. In het Nederlandse en Vlaamse Internationaal Cultuurbeleid, waarin Zuid-Afrika als prioriteitsland geldt, dient het Afrikaans een prominente rol te krijgen, zo vindt men unaniem. Leerdam vindt: “substantiële geoormerkte budgetten moeten daarvoor beschikbaar worden gesteld”.

De verdwijnende “Apartheidssmet”
Eensgezind denken de bewindslieden dat door blijvende en groeiende culturele uitwisseling en contacten de ’Apartheidssmet’ langzaam zal verdwijnen. Gevraagd naar hoe het Afrikaans zich dient te positioneren als taal zeggen Nicolaï en Anciaux: “Afrikaans is de moedertaal van vele verschillende gemeenschappen en bovendien de belangrijkste moedertaal van de zogenaamde kleurlingen. Bij veel Nederlanders is dit onbekend”. Schinkelshoek vindt: “We moeten openlijk praten over de jaren van Apartheid, maar er moet ook tegenwicht worden geboden aan de onlogische veroordeling van het Afrikaans. Het Engels en Duits zijn toch ook niet blijvend veroordeeld vanwege kwalijke historische gebeurtenissen”. Schinkelshoek vindt bovendien belangrijk dat gewezen wordt op de gemeenschapelijke taalbron van Afrikaans en Nederlands.

Woordontleningen en nieuwe woorden
Moeten de talen, waar mogelijk, langzaam naar elkaar toegroeien werd gevraagd.
Anciaux ziet het voordeel van onderlinge verstaanbaarheid, maar benadrukt dat het om twee aparte talen gaat. Woordontleningen en samenstellen van nieuwe woorden over en weer ziet hij, net als Schinkelshoek, als “nuttig en verrijkend, hoewel geen rol van de politiek.” De Zuid-Afrikaanse dichter Antjie Krog sprak in de NRC van 28 januari jl. vergelijkbare woorden: “[...] het overtuigde mij ervan dat Afrikaans in de buurt van Nederlands moet blijven [...]”. Regionale variëteiten zijn volgens Schinkelshoek een absolute verrijking, maar een gemeenschappelijke stam blijft belangrijk om onderling verstaanbaar te blijven. Ook Leerdam ziet vooral voordelen van (enig) toegroeien van de talen.

Een mooie toekomst, maar werk aan de winkel
De politiek is positief over de situatie van het Afrikaans over 25 jaar, maar Nicolaï waarschuwt ‘niets gaat vanzelf.” Leerdam spoort aan tot “investeren in professionalisering van organisatie en structuren” en Schinkelshoek meent dat groei van de contacten tussen Afrikaans en Nederlands een absolute voorwaarde zijn voor een goede toekomst van het Afrikaans. Anciaux, hoewel positief gestemd over het Afrikaans, realiseert zich dat veranderende politieke verhoudingen in Zuid-Afrika altijd roet in het Afrikaanse eten kunnen gooien.

Na de woorden de daden
De bereidheid van de Nederlandse politiek lijkt groot om iets substantieels te doen voor de Afrikaanse taal. De politiek vindt de Nederlandse Taalunie daarvoor de geëigende aanjager vanuit Nederland en Vlaanderen en dient een veel sterker leidende en nadrukkelijke rol te pakken dan nu het geval is. Of de Nederlandse Taalunie deze rol ook kan en gaat invullen is de vraag en uitdaging voor de nabije toekomst.

Joris Cornelissen
Lid NZAV

In het komende tweede deel komen de Nederlandse taalorganisaties aan het woord over het Afrikaans.

terug

Nederlands ten onder ?
Reactie naar OVERHEID.NL
Als Paternotte (het Amsterdamse D66-raadslid dat in de “hoofdstad” Engels wil - red) zijn zin krijgt gaat de Nederlandse taal ten onder. De door hem voorgestelde 'tweetaligheid' zal slechts een overgangsperiode zijn naar een nieuwe eentaligheid: Engels. Het Nederlands zul je dan alleen nog in de archieven tegenkomen. Maar ik denk dat dat ook de bedoeling is, alleen zal hij daar niet openlijk voor uitkomen. Waarom moet onze taal op de schroothoop, alleen maar omdat Engels een wereldtaal is? En dan zoveel Engelsen en Amerikanen die geen vreemde talen leren, maar wel in het buitenland verlangen dat iedereen perfect Engels spreekt.
Han Maenen, Nijmegen
terug

Stop met taalpeuteren
In de discussies over het tweetalig opvoeden van peuters en kleuters mis ik de overweging van het allerbelangrijkste element: de capaciteit van onze hersenen. Kinderen van 4 jaar hebben een woordenschat van circa 3000 woorden. kinderen van 5 jaar 3800 en kinderen van 6 jaar 4500. In alle onderzochte gevallen blijkt dat de woordenschat in de primaire taal bij tweetalige kinderen vermindert. Deze cijfers zijn gebaseerd op openbare statistieken. Op het moment dat kinderen tweetalig worden opgevoed, vermindert de capaciteit om woorden van de primaire taal te onthouden. In alle discussies mis ik het fundament van het boerenverstand. Best handig om daar eens mee te laten werken. Als je van de Nederlandse woordenschat van 3800 woorden er 1000 afpakt omdat die een andere taal vertegenwoordigen, blijft er maar een dun laagje communicatief vermogen over. Voorlopig word ik niet vrolijk van de bedrijfscorrespondentie van jonge mensen en alle misverstanden die dat met zich meebrengt. Zelfs met mijn dyslexie zie ik dat de beheersing van de Nederlandse taal dramatische vormen aanneemt. Laten we daaraan werken. Degenen die onze eigen taal goed beheersen, kunnen een vreemde taal later héél goed leren. Laat peuters maar lekker peuter zijn en de wereld in hun eigen taal ontdekken.
Lex Lubbers, Renkum
terug